Het begin van het einde

Ik ben nooit iemand geweest die graag over de gebaande paden loopt. Op zijn minst wil ik er net naast slenteren of in tegengestelde richting banjeren. Het feit dat ik dat ook in moeilijke tijden belangrijker vind dan verstandige keuzes maken, heeft mij al in veel interessante situaties gebracht. Van je leven een puinhoop maken en dan besluiten iets geks te doen om de boel eens op stelten te zetten, omschrijft een groot deel van mijn jonge leven.

“Is dit het dan?” dacht ik, terwijl ik mij bedacht dat dit wel het grootste cliché was wat ik mij in deze aparte situatie op de hals kon halen. Had ik hiervoor zo mijn best gedaan? Gekker kon het niet worden en dan zoiets denken. Dat haalde alles onderuit waarvoor ik zo gestreden had met mijzelf. Dit kon dus niet het einde zijn. Zo gaat het niet aflopen. Uit deze situatie komen, levend, en dan zien dat ik op het echte einde iets minder banaals tussen de oren krijg.

Ik moest Guus te vriend houden en de wispelturige afrikaan weer rustig zien te krijgen. Ik wilde in ieder geval niet dat ik zijn aandacht had en hij zijn pistool op iemand anders zou richten. “Sorry, Guus.” bond ik snel in. “Ik ben weer rustig. Ik raakte even in paniek. Sorry dat ik tegen je schreeuwde.” Tegen de afrikaan zei ik; “It’s allright, I am calm.” “Don’t lose your dignity like that,” antwoordde hij met zijn gekte nog op mij gericht. “Never lose your dignity with agression. It makes you ugly. Why are you shouting to mr. Guss anyway?” Gelukkig liet hij zijn wapen nu ook zakken en kon ik wat beter nadenken. Hij was gek genoeg om uit het niets op mensen te schieten, dus echt veilig was je nooit bij hem. Guus was blijkbaar banger voor de afrikaan dan voor mij en was nog zo bij zinnen dat hij de boel verder suste. Ondanks dat ik hem 20 seconden geleden nog van het leven wilde beroven, nam hij het voor me op. “Thank you for your help, but the boy is calm now,” zei Guus vaderlijk. “We had a little argument, but you solved it. Our excuses for the unrest we caused. We buy you a Pilsner in the bar.” Toen de officier in de gaten kreeg dat hij twee blanke mannen terecht had gewezen en zij hem onderdanig een biertje aanboden, was zijn humeur ineens weer helemaal top. Niet te peilen die gozer. Met dezelfde gekte, maar nu met goede zin, draaide hij zich om naar de twee soldaten die achter hem stonden. Hij gaf er één een klap en liep daarna naar het krot dat als bar diende, om het voor de rest van de dag op een zuipen te zetten. Knettersmesjogge die man. Voor hem was ik het meest bang. Van alle gekke negers in het krottenwijkje, was hij de engste.

“Godverdomme, Guus! Dat is echt niet okay zo hoor,” snauwde ik. “Die vijfhonderd is voor mij en die papieren regel ik desnoods zelf wel. Ik ga hier aankomende zondag weg, of jij nu meegaat of niet.” Guus keek sipjes naar de grond. “Ik wil ook wel weg, Thijs.” begon hij. “Maar mijn spullen dan? Ik moet ook terug kunnen komen. Laten we eerst wat drinken samen. Gaan we met de motor. Ja, dat doen we.” Ik moest ook even afkoelen van het incident. Eigenlijk had ik nog nooit zo met een pistool op mijn hoofd gestaan en hoewel ik nog steeds meer boos was dan geschrokken, kon ik ook wel een kopje koffie in het hotel gebruiken. We pakten de 85cc Hondan-motoren en reden het kampje uit over de hoofdweg richting de zogenaamde binnenstad van Juba.

ShareTw.Fb.Pin.
...

This is a unique website which will require a more modern browser to work!

Please upgrade today!